ONDERRICHT IN DE BILLINGS OVULATIEMETHODE
De samenhang van de fysiologische gebeurtenissen
in de voortplantingscyclus van de vrouw en de observaties aan de uitgang
van de schede.
Dr E.L.Billings AM, MBBS, DCH (Lond.) |
Inhoud
Inleiding
Een kaart
bijhouden
Het onvruchtbaar basispatroon
Het keerpunt
De luteale fase
Uitgestelde
eisprong - de verlengde pre-ovulatiefase en het onvruchtbaar basispatroon.
De regels van de Billings Ovulatiemethode
Dit document is hier beschikbaar in Adobe PDF
formaat here (649KB).
Inleiding
Gedurende
de dagen die voorafgaan aan de ovulatie, komt slijm vrij aan de schede-uitgang
wanneer de vrouw rechtop staat en wanneer zij rondloopt. Het slijm wordt
waargenomen aan de schede-uitgang:
-
Door het veranderende gevoel aan de schede-uitgang gedurende de dag.
-
Door het waargenomen slijm van tijd tot tijd te inspecteren.
Aan het einde van elke dag worden de observaties opgetekend. Hierdoor
wordt het patroon van onvruchtbaarheid en vruchtbaarheid duidelijk.
Het patroon van vruchtbaarheid is een
veranderend patroon. Het patroon van onvruchtbaarheid is een niet
veranderend patroon. Beide patronen volgen de hormonale patronen
die bepalend zijn voor de overleving van zaadcellen en de bevruchting.
Daarom geven zij betrouwbare informatie om zwanger te worden of zwangerschap
uit te stellen.
De anatomie van de vrouwelijke vooortplantingsorganen is te zien in Figuur
1. Het volgende verdient hierbij aandacht:
-
de baarmoederholte waarin de baby zich negen maanden
ontwikkelt;
-
de baarmoederhals die het slijm produceert dat zorgt
voor een gezonde vitaliteit van de zaadcellen;
-
de schede; de instulpingen van Shaw;
-
de schede-uitgang waar het slijm voelbaar is dat
uit de schede vloeit;
-
de eierstokken, die alle aanwezige eicellen bevatten.
De follikels in de eierstokkken produceren de hormonen die verantwoordelijk
zijn voor de groei van het baarmoederslijmvlies en de voorbereiding hiervan
op zwangerschap, het activeren van de baarmoederhals en de productie van
slijm, en de cyclische veranderingen in de functie van de schede en de
eileiders.
begin van de pagina
De vereisten voor vruchtbaarheid zijn:
-
Een goede ovulatie.
-
Gezonde eileiders die de zaadcellen doorlaten naar
de eicel en daarna het embryo voeden en op weg helpen naar de baarmoederholte
waar de innesteling plaatsvindt.
-
Een gezond baarmoederslijmvlies voor de innesteling.
-
Een voldoende werking van de baarmoederhals om slijm
te produceren dat gezonde zaadcellen in staat stelt om de weg door de
baarmoeder af te leggen.
-
Emotionele harmonie tussen man en vrouw bevordert
de bevruchting.

Figuur 1. De vrouwelijke geslachtsorganen.
Een kaart bijhouden
Dagelijks optekenen van de observaties aan de schede-uitgang
is essentieel voor de Billings Ovulatiemethode. De observaties van de
meest vruchtbare eigenschappen gedurende de dag worden ‘s avonds genoteerd.
De eerste periode, die meteen begint, duurt gewoonlijk 2 - 4 weken. In
deze periode dient geen genitaal contact plaats te vinden, zodat de observaties
niet worden beïnvloed door afscheiding die het gevolg is van seksueel
contact. De resulterende kaart geeft informatie aan het echtpaar en kan
helpen bij onderling overleg en beslissingen. Inwendig onderzoek aan de
baarmoedermond moet achterwege blijven, omdat het verwarring kan wekken.
Bij het maken van de kaart worden gekleurde stickers of symbolen gebruikt
en onder elke sticker worden één of twee woorden geschreven die het gevoel
aan de uitgang van de schede beschrijven en de kenmerken van het slijm.
Wanneer een vrouw onzeker is omtrent wat zij voelt aan de schede-uitgang,
kan het nuttig zijn haar te vragen hoe zij weet wanneer de menstruatie
begint. Zij zal antwoorden dat zij de bloeding zowel voelt als ziet aan
de schedeuitgang. Dit moment wordt aangegeven met een rode sticker
of het symbool
(Figuur 2).
Ook zal de vrouw alle ander observaties noteren met betrekking
tot gevoel en zichtbare kenmerken aan de schede-uitgang. Na verloop van
dagen zal zij haar patroon van vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid herkennen,
in overeenstemming met het patroon van de afscheiding.

| Sticker |

|

|

|

|

|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Symbool |

|

|

|

|

|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Gevoel/
zichtbaar worden
van afscheiding |
Nat |
Nat |
Nat |
Kleverig |
Droog |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Figuur 2. Menstruatie, aangeduid met een rode sticker
of het symbool 
begin van de pagina
Na de menstruatie wordt de baarmoederhals afgesloten door
een compacte, dikke slijmprop die de doorgang van zaadcellen in de baarmoederhals
verhindert en tevens het lichaam beschermt tegen infecties. De zaadcellen
die in de schede achterblijven, zijn al heel snel niet meer in staat de
eicel te bevruchten en worden vernietigd door de omgevende cellen.
De eierstokken zijn in een rustfase. Er is geen slijm
dat de baarmoederhals verlaat en de uitgang van de schede voelt droog
aan. Er wordt niets gevoeld en niets gezien. Het noteren van deze observatie
wordt gedaan met een effen groene sticker of met het symbool
(Figuur 3).

| Sticker |

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|
|
|
|
|
| Symbool |

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|
|
|
|
|
| Gevoel/
zichtbaar worden
van afscheiding |
Nat |
Nat |
Nat |
Kleverig |
Droog |
Droog |
Droog |
Droog |
Droog |
Droog |
|
|
|
|
Figuur 3. Onvruchtbaar Basispatroon van droogte. Er komen geen zaadcellen
in de baarmoederhals vanwege een dikke, compacte slijmprop.
Na geslachtsgemeenschap kan er zaadvloeistof uit de schede lopen. Dit kan
tot 24 uur duren en aangevoeld worden als vochtigheid aan de schede-uitgang.
Deze zaadvloeistof bevat geen levende zaadcellen. Die zullen na
ongeveer 2 uur afgestorven zijn in de schede omdat de baarmoederhals ze
verhindert om in de baarmoeder door te dringen.
|