Hypofyse- en eierstokhormonen van de vrouwelijke cyclus

J.B. Brown D.Sc. Ph.D.
Professor Emeritus Verloskunde en Gynaecology, Universiteit van Melbourne, Australia

The female body showing the reproductive system

De eisprong – het vrijkomen van een eicel  van de eierstok – is het belangrijkste moment van de cyclus; dit gebeurt slechts eenmaal in elke cyclus, zelfs wanneer er méér dan een eicel vrijkomt.

Het ovulatiemechanisme brengt ook de twee eirstokhormonen voort, oestradiol en progesteron.

Oestradiol wordt enkel voortgebracht door de zich ontwikkelende follikel vóór de eisprong. Het stimuleert de klieren van de baarmoederhals tot het afscheiden van een bijzonder type slijm(“slijm met vruchtbare kenmerken”) dat essentieel is voor het doorlaten van het sperma door de baarmoederhals en het bereiken van de eicel. Oestradiol stimuleert ook de groei van het baarmoederslijmvlies dat de baarmoeder bekleedt.

Na de eisprong worden progesteron en oestradiol geproduceerd door het gele lichaam dat ontstaat uit de gesprongen follikel. Dit progesteron veroorzaakt de plotselinge verandering in het slijm meteen na de eisprong en is bepalend voor het Pieksymptoom.

Progesteron bereidt ook het door het oestrogeen gestimuleerde baarmoederslijmvlies voor op de innesteling van de bevruchte eicel. 

Bij afwezigheid van zwangerschap begint de productie van oestradiol en progesteron ongeveer 7 dagen na de eisprong af te nemen met als gevolg de afstoting van het baarmoederslijmvlies tijdens de menstruatie, 11 – 16 dagen na de eisprong.

De Billings Ovulatie Methode maakt gebruik van de veranderingen in het baarmoederhals-slijm die door de vrouw zelf worden waargenomen, waardoor ze de onderliggende gebeurtenissen van de ovulatiecyclus kan herkennen.

terug naar begin van de pagina

De cyclische veranderingen in de activiteit van de eierstokken worden bepaald door de afscheiding van twee hormonen door de hypofyse, het follikel stimulerend hormoon (FSH) en het luteïniserend hormoon (LH). De productie van deze hromonen wordt op zijn beurt bepaald door een gebied van de hersenen, de hersenen.

De ovulatiecyclus verloopt volgens een geordende reeks van gebeurtenissen. Gedurende de tweede helft van de voorafgaande cyclus, onderdrukt de hoge afscheiding van oestradiol en progesteron via de hypothalamus de productie van FSH en LH door de hypofyse. De afnemende productie van oestradiol en progesteron door het gele lichaam aan het einde van de cyclus heft deze onderdukkende werking op en het FSH- niveau stijgt.

De follikels in de eierstokken vereisen een drempelwaarde van het FSH, waar beneden geen stimatie plaatsvindt. Aanvankelijk liggen de FSH-waarden onder deze drempel, maar ze stijgen langzaam tot de drempel overschreden wordt en dan wordt een groep follikels gestimuleerd tot aktieve groei. Verscheidene dagen van aktieve groei zijn noodzakelijk alvorens de follikels beginnen met de productie van oestradiol, dat afgescheiden wordt in de bloedstroom en de hypothalamus bereikt om het signaal te geven dat de drempelwaarde bereikt is.

Er is ook een intermediair niveau van FSH productie, dat overschreden moet worden alvorens een follikel wordt aangezet tot een volledige eisprong, en een maximum niveau dat niet  overschreden mag worden, want anders worden te veel follikels gestimuleerd met meervoudige eisprong als resultaat. Het maximum niveau ligt slechts 20% boven de drempel en dus is een nauwkeurige feedback noodzakelijk van de FSH- produktie door het oestrogeen, geproduceerd door de follikels.

Wanneer dominante follikel zich klaar maakt voor de eisprong, produceert het een snel toenemende hoeveelheid oestradiol.  Dit oestradiol stimuleert de productie van baarmoederhalsslijm en onderdrukt tevens de FSH productie tot onder de drempelwaarde, waardoor de prikkel verdwijnt die de mindere follikels, die meedoen in de race naar de eisprong, nodig hebben.

De daling in FSH schakelt ook een rijpingsmechanisme in binnen het dominante follikel en maakt dit ontvankelijk voor het tweede hypofyse hormoon, gonadotropine, LH. De hoge oestradiol niveaus aktiveren ook een positief feedbackmechanisme in de hypothalamus, dat de hypofyse stimuleert om een grote golf van LH vrij te maken. Deze golf van LH is de trigger die het springen van de follikel in gang zet (de eisprong), ongeveer 37 uur na het begin van de  LH-golf ofwel 17 uur na de piek ervan.

De productie van oestradiol door de eierstok daalt plotseling gedurende dit interval vóór de eisprong. Na de eisprong wordt het gesprongen follikel omgevormd in het gele lichaam, en de productie van het tweede eierstokhormoon, progesteron, neemt snel toe samen met het oestradiol. Dit progesteron veroorzaakt een abrupte verandering in de eigenschappen van het baarmoederhalsslijm, die het pieksymptoom aangeeft, en de afname ervan tegen het eind van de cyclus veroorzaakt de menstruatiebloeding.

terug naar begin van de pagina































 

terug naar begin van de pagina

Al de bovengenoemde mechanismen vereisen tijdsperiodes die van cyclus tot cyclus en van vrouw tot vrouw vrijwel constant zijn. De stijging van FSH-productie tot de drempelwaarde en de intermediaire niveau’s kan echter onderhevig zijn aan vertraging. Gedurende de normale 28 daagse cyclus wordt de drempel bereikt ongeveer op dag vijf, maar bij vrouwen met een zeer lange cyclus kan deze gedurende verscheidene maanden niet bereikt worden, ongeveer 23 dagen vóór de volgende menstruatie. Er is dan geen ontwikkeling van de follikel tot de drempel wordt bereikt, en daarom wordt zeer weinig oestradiol afgescheiden en ontstaat er geen slijm. Gedurende deze tijd ervaart de vrouw een opeenvolging van “droge” dagen.

Behalve wanneer de vrouw de menopause heft bereikt, of een permanente amenorroe heeft, zullen de FSH-waarden tenslotte stijgen tot boven de drempelwaarde en de ontwikkeling van de follikel begint. Gedurende de normale cyclus gaat de FSH-productie tot boven de drempelwaarde ononderbroken door zodat het tussenliggende niveau binnen enige dagen overschreden wordt en de dominerende follikel ontvangt genoeg stimulering om aangezet te worden tot eisprong, omdat het tijdsinterval tussen het overschrijden van de drempel en de eisprong van 7 – 10 dagen duurt. De stijging kan echter tegengehouden worden vóór het tussenliggende niveau overschreden wordt en de follikels blijven in een toestand van chronische stimulering.

De afgescheiden hoeveelheden oestradiol stabiliseren op niveau’s die lager zijn dan die van de piek vóór de eisprong, en die voldoende zijn om baarmoederhalsslijm te stimuleren met meer vruchtbare eigenschappen, die hetzelfde blijven terwijl de oestradiol niveau’s constant zijn en totdat de dominante follikel aagezet wordt tot eisprong door hogere oestradiol niveau’s. Het oestradiol stimuleert het baarmoederslijmvlies, zodat op gegeven ogenblik een oestrogen doorbraakbloeding kan optreden. Dit is de normale oorzaak van bloedingen tussen de menstruaties of verlies van bloedvlekken.

Tenslotte werken de terugkoppelings mechanismen om de FSH waarden te doen toenemen tot boven het tussenliggende niveau en de eisprong heeft prompt plaats binnen 7 dagen. Het weergeven van “droge”dagen of vlekken slijm gedurende de vóór-eisprongfase van verlengde cycli is feitelijk een weergave of de FSH niveau’s respectievelijk onder of boven de drempelwaarde liggen en of follikels met oestradiolproductie afwezig of aanwezig zijn.

Zodra de dominerende follikel gestimuleerd is tot eisprong, vinden de resulterende gebeurtenissen plaats in een vaste tijdsvolgorde. De stimulatiefase duurt drie dagen, de tijd tussen de piek van oestradiol productie en eisprong is 1½ dag en het interval tussen de eisprong en de volgende menstruatie is 11 – 16 dagen. Een verkorting van dit laatste interval tot korter dan 11 dagen, wijst op een onvruchtbare cyclus, een verlenging duidt op zwangerschap.

De maximale symptomen van de productie van slijm met vruchtbare kenmerken worden waargenomen op de dag van de maximale oestradiolproductie, die voorafgaat aan het Piek slijm symptoom en de eisprong. De snelle verandering volgende op het piek slijmsymptoom heeft plaats zeer dicht bij de dag van de eisprong en is het gevolg van de toenemende productievan progesteron op deze tijd. Het begin van de volgende menstruatie is, bij afwezigheid van zwangerschap, heel goed voorspelbaar vanuit deze gebeurtenissen.

terug naar begin van de pagina

© Ovulation Method Research and Reference Centre of Australia 2004