| De
cyclische veranderingen in de activiteit van de eierstokken worden bepaald
door de afscheiding van twee hormonen door de
hypofyse, het follikel stimulerend hormoon (FSH) en het luteïniserend hormoon (LH). De productie van deze hromonen wordt op zijn beurt bepaald door een gebied
van de hersenen,
de hersenen.
De ovulatiecyclus verloopt volgens een geordende reeks van gebeurtenissen. Gedurende de
tweede helft van de voorafgaande cyclus, onderdrukt de hoge afscheiding
van oestradiol en progesteron via de hypothalamus de productie van FSH
en LH door de hypofyse. De afnemende productie van oestradiol en progesteron
door het gele lichaam aan het einde van de cyclus heft deze onderdukkende
werking op en het FSH- niveau stijgt.
De follikels
in de eierstokken vereisen een drempelwaarde van het FSH, waar beneden
geen stimatie plaatsvindt. Aanvankelijk liggen de FSH-waarden onder deze
drempel, maar ze stijgen langzaam tot de drempel overschreden wordt en
dan wordt een groep follikels gestimuleerd tot aktieve groei. Verscheidene
dagen van aktieve groei zijn noodzakelijk alvorens de follikels beginnen
met de productie van oestradiol, dat afgescheiden wordt in de bloedstroom
en de hypothalamus bereikt om het signaal te geven dat de drempelwaarde
bereikt is.
Er is ook een intermediair niveau van
FSH productie, dat overschreden moet worden alvorens een follikel wordt
aangezet tot een volledige eisprong, en een maximum niveau dat niet
overschreden mag worden, want anders worden te veel follikels gestimuleerd
met meervoudige eisprong als resultaat. Het maximum niveau ligt slechts
20% boven de drempel en dus is een nauwkeurige feedback noodzakelijk van
de FSH- produktie door het oestrogeen, geproduceerd door de follikels.
Wanneer dominante follikel zich klaar maakt voor de eisprong, produceert
het een snel toenemende hoeveelheid oestradiol. Dit oestradiol stimuleert
de productie van baarmoederhalsslijm en onderdrukt tevens de FSH productie
tot onder de drempelwaarde, waardoor de prikkel verdwijnt die de mindere
follikels, die meedoen in de race naar de eisprong, nodig hebben.
De daling
in FSH schakelt ook een rijpingsmechanisme in binnen het dominante follikel
en maakt dit ontvankelijk voor het tweede hypofyse hormoon, gonadotropine,
LH. De hoge oestradiol niveaus aktiveren
ook een positief feedbackmechanisme in de hypothalamus, dat de hypofyse
stimuleert om een grote golf van LH vrij te maken. Deze golf van LH is
de trigger die het springen van de follikel in gang zet (de eisprong),
ongeveer 37 uur na het begin van de LH-golf ofwel 17 uur na de piek
ervan.
De productie van oestradiol door de
eierstok daalt plotseling gedurende dit interval vóór de eisprong. Na
de eisprong wordt het gesprongen follikel omgevormd in het gele lichaam,
en de productie van het tweede eierstokhormoon, progesteron, neemt snel
toe samen met het oestradiol. Dit progesteron veroorzaakt een abrupte
verandering in de eigenschappen van het baarmoederhalsslijm, die het pieksymptoom
aangeeft, en de afname ervan tegen het eind van de cyclus veroorzaakt
de menstruatiebloeding. |